Detailgegevens

PROJECTNAAM
Bodemdaling veenweidegebied
CODE
ILG-21
UITVOERENDE PARTIJEN
Provincie Utrecht en TAUW
LOCATIE PROJECT
Provincie Utrecht
STATUS PROJECT
Afgerond
DOEL VAN HET PROJECT
Het doel van de pilot was oorspronkelijk het ‘vertalen’ van de BVU, en eventueel aanvullen met bestaande noodzakelijke informatie, naar voor ruimtelijke planningsprocessen bruikbare ‘bodemgeschiktheidskaarten’ (BGK). Deze kaarten zouden inzicht moeten geven in de mate waarin de bodem op een bepaalde locatie geschikt is (te maken) voor bijvoorbeeld woningbouw, akkerbouw, en infrastructuur. Lopende het project is dit idee gewijzigd in het opstellen van een regionaal rekenmodel waarmee voor specifieke gebieden de bodemdaling kan worden berekend voor verschillende (pei-)scenario's.
THEMA
Bodemdaling
HANDELING
Informatie-uitwisselen
VERWACHTE OUTPUT
Data en informatie, Rapport
DOELGROEPEN
Provincies, Waterschappen
RELATIE MET MAATSCHAPPELIJKE OPGAVEN
Milieu en gezondheid, Natuur
SUCCES/FAALFACTOREN
Aanbevelingen voor het omgaan met bodemdalingsvraagstukken in de toekomst. Niet alle problemen vragen om een oplossing. De bodemdalings- en veenweideproblematiek is zo veelomvattend, dat het niet eenvoudig is om daar in een keer een oplossing voor te bededenken. De aanpak is maatwerk. Wij adviseren:
  1. Breng in beeld welke problemen in een gebied spelen. Niet: bodemdaling is het probleem. Wel: welke gevolgen van bodemdaling zijn het probleem (bijvoorbeeld verzakkende huizen, slechte waterkwaliteit, vernatting of verdroging). Er is niet een maatregel waarmee alle knelpunten kunnen worden opgelost. Formuleer daarom heldere doelen per deelgebied, soms door het maken van scherpe keuzes. Voor duidelijke doelen bestaan ook realistische maatregelen.
  2. Laat maatregelen aansluiten bij de bodemopbouw (veen, klei op veen, etc) en ontginningsgeschiedenis (kaden, slagen, toemaakdekken, etc) en sluit aan bij gebiedsgerichte projecten.
SAMENVATTING PROJECT
In het veenweidegebied in Utrecht vormt bodemdaling een probleem. Het veenweidegebied ligt grotendeels in het Groene hart, een gebied met bijzondere landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden. Het landschapstype wordt bedreigd door bodemdaling als gevolg van oxidatie (‘verbranding’), inklinking en zetting van het veen. Deels is de bodemdaling in het veen een natuurlijk proces, maar dit proces wordt versneld door grondwaterstandsverlaging en landbewerking. Het beleid van de provincie is dan ook gericht op het afremmen van de bodemdaling. In diverse planvormen is beleid hierop geformuleerd en er is een nieuwe bodemkaart vervaardigd met de veengebieden inclusief de grondwatertrappen. Provinciale Staten heeft dit jaar een Wro verordening vastgesteld, die het scheuren en ploegen in voor bodemdaling kwetsbare gebieden verbiedt. De veenkaart vormt de basiskaart voor bepaling van de kwetsbare gebieden. Men wil met de veenkaart (BVU) het beleid op tegengaan van bodemdaling meer handen en voeten geven. Daarvoor dient deze pilot. In het project worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd en producten gerealiseerd. In de eerste fase van het project is een brede inventarisatie uitgevoerd aan de hand van literatuur en gesprekken. Uit de oriëntatie bleek dat de meeste behoefte bestaat aan betere bodeminformatie en dat de directe koppeling van bodeminformatie met (de (on)mogelijkheden voor) gebruiksfuncties daarbij niet wordt aanbevolen. Vervolgens is gewerkt aan voorstellen voor provincie-dekkende signaleringskaarten en het opstellen van een bodemdalingsmodel voor het Noorderpark (in samenwerking met Universiteit Utrecht). De signaleringskaarten hadden als doel om de meest kwetsbare gebieden in beeld te brengen waar de optredende bodemdaling (op de langere termijn) tot knelpunten kan leiden. Na overweging is besloten om deze optie niet verder uit te werken omdat ze in het licht van de Structuurvisie onvoldoende meerwaarde zou hebben ten opzichte van reeds bestaande kaarten (zoals uit Waarheen met het Veen). Het traject van het opstellen van een bodemdalingsmodel is omgezet in een inventarisatie van methodieken om de omvang van toekomstige bodemdaling te voorspellen. Van acht methodieken zijn de belangrijkste kenmerken beschreven in een overzichtstabel, onder andere de toepasbaarheid, navolgbaarheid en een indicatie van de kosten van een methodiek. Op basis hiervan is besloten om verder te focussen op oxidatie en compactie met als keuze om de Koppejan+ methode te koppelen met het compactiemodel van UU. De overweging was dat met een dergelijke modelcode richtinggevende (kwantitatieve) uitkomsten kunnen worden gegenereerd en dat de code meerwaarde heeft ten opzichte van bestaand modelcodes. Tevens werd besloten om een pilot uit te voeren voor het gebied rondom Zegveld, omdat hier veel (historische) bodem(daling)gegevens beschikbaar zijn, verzameld op Proefboerderij Zegveld.
Hoewel de voorgestelde modelcode goed en degelijk werd bevonden, bracht het relatief complexe model echter ook een aantal vragen met zich mee met betrekking tot (hoge) vervolgkosten en afhankelijkheid van derden voor beheer van het model.
Vanwege te weinig draagvlak voor het complexe model is uiteindelijk besloten om te kiezen voor een eenvoudiger model, dat in eigen beheer ontwikkeld en gebruikt kan worden maar dat mede gebaseerd is op (1) de bodemdalingsformules die uit het Zegveldonderzoek zijn gedestilleerd en (2) gegevens over de diepere ondergrond. De provincie heeft samen met haar GIS-afdeling en HDSR eisen en randvoorwaardengeformuleerd voor de op te stellen modelcode. De modelcode berekent de toekomstige bodemdaling mede op basis van de grondwaterstand. De provincie Utrecht kan dit model in eigen beheer (laten) draaien en geeft daardoor op een relatief eenvoudige wijze inzicht in de relatie tussen (toekomstige) grondwaterstand en de bodemdaling. Voordat tot uitvoering van het projectvoorstel was besloten, bleek dat een dergelijke modelcode in de tussentijd reeds was ontwikkeld door Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Uit een analyse bleek dat deze modelcode ook voor de provincie goed toepasbaar is. De provincie en HDSR hebben – na afsluiting van de ILG-pilot – het bodemdalingsmodel geoptimaliseerd.
PROJECTENWEBSITE
MOGELIJKHEDEN VOOR INTERACTIE
PROGRAMMA
ILG